Jan HeunenKvK-bestuurslid Jan Heunen:
“Méér uitwisselen met de buren”

Door Huub Hovens
“Er moet iets extra’s gebeuren in deze economische crisistijd. Neem het StartersCentrum van onze Kamer. Een fantastisch initiatief dat in Zuid-Limburg zijn waarde al sinds jaren bewezen heeft. Nu duurt het veel te lang voordat álle gemeenten in Limburg meedoen.”

Aldus Jan Heunen uit Mechelen (gemeente Gulpen-Wittem), sinds 2002 bestuurslid van de Kamer van Koophandel in Limburg, namens het CNV, dus namens de werknemers.

Samenwerking

Tot de top drie van zijn principes (“mijn leidmotief”) in het leven behoort ‘samenwerking’. (De twee andere zijn ‘solidariteit’ en ‘gerechtigheid’). Begrijpelijk dan ook dat hij niet tevreden is met de trage uitrol in Limburg van het StartersCentrum, want die stroperigheid wordt volgens hem veroorzaakt door gebrek aan samenwerking. En wellicht ook door onwetendheid. “Degenen die het goede werk van het StartersCentrum aan den lijve hebben ervaren, die weten wél hoe belangrijk dat centrum is voor de werkgelegenheid. Elke nieuwe vorm van bedrijvigheid zorgt voor nieuwe arbeid, elke nieuwe zelfstandige draagt een nuttig steentje bij aan de productiviteit in ons land en – het mes snijdt aan twee kanten – velen van hen creëren zo banen voor anderen.”

Zes voorzitters

Jan Heunen heeft ondertussen zes KvK-voorzitters gekend, onder wie drie ad interims. En dat in een tijdsbestek van zo’n zeven jaar. Zeer goede herinneringen bewaart hij aan wijlen Thijs Wöltgens (“ik heb zijn voortijdige vertrek naar de KvK NL in Woerden betreurd”) en Jan Mans (“hij was hier slechts twee jaar; te kort”). Ook heeft Heunen veel van hen geleerd. Van Wöltgens bijvoorbeeld diens aimabele omgang met mensen. “Hij inspireerde me met zijn visie en bestuurlijke ervaring. Zulke mensen heb je nodig. Wöltgens was méér dan alleen de man met de voorzittershamer. En op en top een sociaaldemocraat.”

Krachtdadig

Aan Mans denkt Heunen terug als de krachtdadige voorzitter die knopen wist door te hakken (“tsak tsak tsak!”). “Soms was er weinig ruimte voor dialoog, al leverde zijn voortvarendheid efficiënte vergaderingen op.” De werknemersfractie had in het begin wat moeite met de stijl van Mans. Er was eerst een apart gesprek nodig voordat diens wat formele bejegening van het bestuur verdween. “Het was een helder gesprek,” vertelt Heunen, “waarna onze relatie prettiger werd.” Van Mans heeft hij geleerd hoe je een besluitvormingsprocedure kunt verkorten zonder dat het broddelwerk oplevert. Over de huidige voorzitter, Bertha Verhoeven, wil hij nog geen oordeel vellen. “Daar is het te vroeg voor.” Heunen wil wel kwijt dat zij als vrouw in die functie in zijn beleving geen wezenlijk verschil maakt met een man.”

Euregio

De Kamer, zegt hij, kan – beter dan de belangenverenigingen – als neutrale instantie en zonder last en ruggespraak, nog lang, zeer lang een belangrijke rol spelen in de Limburgse economie. “En niet alleen in die van Limburg. Ik ben namelijk een groot voorstander van euregionale samenwerking. Net als Thijs Wöltgens was. Uitwisseling met de buren op diverse terreinen zorgt voor kennisoverdracht en kennisvergroting. Ik heb het niet alleen over bedrijfsleven en scholingsinstituten, ik heb het óók over samenwerking van de KvK’s onderling, dus de Limburgse met die in Hasselt, Eupen, Luik en Aken. Juist nu de maakindustrie in snel tempo uit onze regio’s verdwijnt, moeten we naar de verbanden met onder meer de universiteiten om ons heen zoeken.”

Wellness

Limburg is dé provincie in ons land, vindt Heunen, die zich leent voor wat heet mental wellness. “Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat 68 procent van de werkende bevolking behoefte heeft aan geestelijke ontspanning na inspanning. De voortrekkersrol die voor Limburg klaarligt, moet door de KvK-adviseurs van Regiostimulering worden aangejaagd; door die mensen bij de Kamer dankzij wie de Kamer recht van bestaan heeft.” Jan Heunen zegt er meteen bij dat de Kamer al veel aan het stimuleren van bezinningstoerisme doet, maar dat het misschien nog niet goed genoeg wordt uitgedragen. “Met de Kamer als afzender, bedoel ik.” De Kamer zou er méér mensen voor moeten inzetten, vindt hij. “In deze tijd, waarin alles zo snel verandert, hechten mensen af en toe aan rust, aan momenten van welbevinden. Vroeger,” besluit Jan Heunen, “hadden we daar retraites voor.”

Deel met uw netwerk